Daarna werd het bakje omgekeerd en liet men de klei er voorzichtig uitglijden, waarna de steen werd gedroogd.Om de klei mooi in het bakje te kunnen doen passen, moest die eerst goed nat gemaakt worden met veel water. Om te vermijden dat de natte klei aan het bakje zou kleven, werd die eerst in zagemeel of zand gewenteld (vandaar het zanderige uiterlijk van deze stenen). In de 19e eeuw komt het "mechanisch" steenvormen in mallen (vormbakken) in opmars. Omdat de stenen mechanisch werden nageperst en omdat men met drogere klei kon werken, kregen de stenen een strakkere vorm. Door met minder natte klei te werken, was bovendien de krimp van de stenen minder groot en duurde het drogen minder lang .

Als regel kun je nemen: hoe ongelijkvormiger de stenen zijn, hoe ouder ze zijn.

Ontdek hier ons assortiment


Bovendien bestendigt het drogen de maatvastheid (wanneer de klei droog is, is de krimp zo goed als beƫindigd). Het drogen kon, afhankelijk van het weer, maanden duren. Wanneer de stenen voldoende droog waren, begon men die op het veld volgens een bepaald patroon te stapelen. Onderaan werden kolen aangebracht en tussen bovenliggende lagen werd er kolengruis gestrooid om de verbranding tot bovenaan mogelijk te maken. Vervolgens werd de stapel stenen rondom "dichtgemetst" met klei. Onderaan waren gaten aanwezig die voor de nodige zuurstof binnenin de oven moesten zorgen.

De "oven" werd aangestoken terwijl het stapelen gewoon doorging waarbij er om de x lagen kolen werden bijgevoegd. Eens het bakproces afgelopen was, werd de "veldoven" afgebroken. De stenen waren nu klaar voor gebruik. Het steenbakken was een enorm tijdrovende en zeer arbeidsintensieve procedure. Maar arbeid was toen nog goedkoop... Aangezien het drogen enorm weersgebonden was, was de baksteenindustrie seizoensgebonden. De produktie van bakstenen was eerder beperkt en lang niet altijd toereikend om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen. De produktiemethodes veranderden gaandeweg waardoor na verloop van tijd het fabricatieproces over meerdere seizoenen kon gespreid worden, waardoor het aanbod kon vergroot worden. Zo veranderde ook het bakproces.

Na de veldovens kregen we de paapovens, klampovens en ringovens. Het basisprincipe van stapelen en het toevoegen van kolen bleef echter van toepassing. De echte steenbakkerijen verschenen en stonden in de nabijheid van terreinen waar voldoende grondstoffen aanwezig waren. Deze steenbakkerijen hadden echte, permanente ovens. Ook hier bleef men via een vast patroon stapelen en kolen aanbrengen, waarna de oven werd dichtgemaakt. Nadat het bakproces was voltooid, werd de oven gedoofd en liet men die volledig afkoelen. Wanneer een nieuwe partij stenen moest gebakken worden, moest de oven wel opnieuw ontstoken worden (wat veel tijdverlies betekende). Dit veranderde met de komst van de ringoven. De oven was in feite een lange tunnel: aan de ene kant werd gestapeld, terwijl aan de andere kant van de tunnel de gebakken stenen uit de oven werden gehaald.

Ontdek hier ons assortiment

terug